ik EN wij

Soms, wanneer je jezelf lelijk of smakeloos voelt, omdat je slecht gekleed bent of niet in een goede stemming verkeert, hou je je gedeisd.

Op andere dagen daarentegen, wanneer je vindt dat je er goed uitziet, heb je zin om je aan anderen te tonen om hen te plezieren en iets van hen te ontvangen, een compliment, een goedkeuring… Dat is zo natuurlijk!

Zelfs bij de dieren bestaat dit instinct. Zij weten wat het is om mooi of lelijk te zijn. Kijk naar de pauw: als hij zijn veren kwijt is, verbergt hij zich, anders loopt hij rond om ze te laten zien, om zijn schoonheid te delen met anderen, om ermee te pronken of om te imponeren.

Hoedanook is dat een beweging naar buiten, naar de ander.


En dat geldt niet alleen aan de buitenkant. Wanneer je goede gevoelens, veel liefde in je hebt, probeer je ze, bij wijze van spreken, uit te storten over de anderen, want het stroomt, het stroomt zelfs over. Maar als je je moe, bedroefd of teleurgesteld voelt, ervaar je eerder de behoefte om weg te kruipen onder je donsdek, in je grot…


Dus je betrokken voelen bij de anderen, dienstbaar willen zijn voor je gemeenschap, graag in eenheid zijn met AL dat is, is een goed teken; terwijl in je schulp willen blijven, niet voor je pleit. Zenmeester Sensei Ohsawa, schrijft in zijn boek: ‘De kunst van verjongen en verlengen van het leven’: ‘… als wij ongelukkig zijn, gaan we tegen de orde van het universum in.

Als u alleen maar af en toe gelukkig bent, wees dan voorzichtig. Als uw geluk door anderen is gegeven, van anderen werd geleend, gekocht of gestolen, (van ouders, geliefden, vrienden, scholen), is het UW eigendom niet en is het een schuld. Dit geluk zal zonder uitzondering vroeger of later verdwijnen. Geluk moet van UZELF zijn, volkomen, een onafhankelijke prestatie, U moet dat voor en door Uzelf gecreëerd hebben. Uw gezondheid, schoonheid, oordeelsvermogen, kennis, dat alles moet van Uzelf zijn… EN dan pas zal u klaar zijn om op een natuurlijke manier, in verbinding te gaan met de anderen en te komen, op wereldvlak tot éénheid met AL dat is. Maar… sta uzelf toe om veel fouten te maken, want zij zijn de bron van kennis. Weet dat geen fout onherroepelijk is omdat alles in constante verandering is.

U hoeft nergens bang voor te zijn.’


Dus, zelfs als je denkt over een grote intelligentie te beschikken, nee, besef dat je een gebrekkige intelligentie hebt. Want pas wanneer je ‘innerlijke’, echt rijk is, voel je de behoefte om je rijkdommen met anderen te delen. Het gaat er dus niet om, om grote capaciteiten te hebben, zolang je voor de betrokkenheid, de verbinding,

de dienstbaarheid gaat, zal je nuttig zijn, want dat is het element dat we NU het meest nodig hebben. Om de wereld te verbeteren zijn intellectuele en artistieke kwaliteiten niet voldoende, er zijn zelfs te veel van dergelijke kwaliteiten; er zijn te veel intellectuelen, te veel kunstenaars en niet genoeg mensen die van de betrokkenheid, verbinding en dienstbaarheid houden. Als de mensen beginnen in te zien dat het juist de verbondenheid is die de wereld kan redden zal alles kunnen veranderen, maar je zal me hier niet horen zeggen dat we al zover zijn.





Natuurlijk toont de geschiedenis aan dat, door zich in een samenleving te organiseren, de mensen hoedanook al de voordelen hebben ingezien van het bij elkaar komen om samen te leven, anders zouden ze nog steeds de hele dag op zoek moeten naar voedsel in de bossen. De dag dat ze het nut zagen van samenkomen om over meer armen en benen te beschikken, profiteerden ze allen van deze nieuwe situatie: terwijl de één aan het vissen was of op jacht ging, was een ander een doek aan het weven, bracht een derde de hut in gereedheid, enz…

En zo staan allen ten dienste van iedereen en kan iedereen van alles profiteren. Op deze manier boekt de mens vooruitgang: hij is slechts met een beperkte activiteit bezig en toch staat alles tot zijner beschikking: bibliotheken, ziekenhuizen, transportmiddelen… wat onmogelijk is als men af-gescheiden leeft. Op deze manier heeft de mens door zijn intelligentie het collectieve leven zo weten te organiseren dat hij nu over middelen beschikt om de hele wereld in beweging te brengen.


Helaas werkt deze intelligentie nog niet zo goed, omdat ze tot dusver steeds werd ingezet voor egoïstische doeleinden. De mensen hebben slechts schijnbaar het probleem van het collectieve leven opgelost; ook al hebben ze naar buiten toe, samenlevingen gevormd, ‘innerlijk’ zijn ze afgescheiden en vijandig gebleven ten opzichte van elkaar. Het zijn nog steeds holbewoners. Of hoe zei John Lennon het ook alweer: ‘…but you’re still fucking peasants as far as I can see.’


Innerlijk leeft iedereen een geïsoleerd, eenzelvig leven. Uiterlijk zien we naties , volkeren, waarvan de leden elkaar steunen: de verdediging van het grondgebied, de sociale zekerheid, de kinderbijslag… maar de mens heeft nog niet de betekenis begrepen van deze vooruitgang die hij in zijn objectieve leven heeft bereikt; al deze voorzieningen, mogelijkheden en voordelen heeft hij niet doorgrond, noch heeft hij ze toegepast op ‘innerlijk’ gebied.


Daarom is er nog veel werk aan de winkel, zodat we innerlijk, spiritueel, in deze samen-leving slagen, deze eenheid vormen, door allen samen te streven naar hetzelfde doel.

Zonder het altijd te beseffen, werken landen voor afscheiding, voor isolement. Natuurlijk hebben ze onderlinge relaties en dat heet dan Buitenlandse Zaken, diplomatie, samenwerking… maar in werkelijkheid wil iedereen gescheiden blijven van de anderen, iedereen wil zichzelf tonen als een formidabele macht die zich laat gelden aan zijn buren, onderling zijn ze niet echt met elkaar verbonden. Integendeel, in zijn boek:

‘Van muur tot muur’, legt politicoloog Jonathan Holslag ons net uit dat er overal in Europa, Azië, Afrika en Amerika nieuwe hekkens en muren zijn neergezet.


Daarom is het noodzakelijk te werken aan deze verbondenheid, aan deze toenadering tussen mensen, volkeren en naties, zodat zij dit sublieme eenheidsbewustzijn kunnen bereiken in volheid, in overvloed, om in uiterlijke en innerlijke rijkdom te kunnen leven.


Dat dit vraagstuk maar voor de helft is opgelost, wordt bewezen door het feit dat de mens aan de buitenkant fantastische dingen heeft bereikt, maar innerlijk nog steeds gekweld wordt, zich ongelukkig en leeg kan voelen en in de duisternis verkeert.

Een volgende stap is dus noodzakelijk. Neem de Westerse landen: zo te zien hebben vrijwel haast alle individuen voedsel en onderdak. `De externe omstandigheden zijn dus veel beter dan in het verleden. Ja, maar innerlijk…

Dat is, voel ik vandaag het werk van de toekomst: erin slagen dat de mensheid ook innerlijk over de mogelijkheden beschikt die ze uiterlijk heeft.

Wat weerhoudt mensen ervan zich te verbinden? Wat houdt ze tegen?

‘Een illusie’. Zij blijven denken dat ze veel gelukkiger zullen zijn als ze afgezonderd, afgescheiden blijven, maar de jaren gaan voorbij en ze worden, op wereldschaal ‘niet’ gelukkiger, integendeel.


Laat ieder zijn eigen leven leiden. Ja, dat is normaal, niemand zal je vragen je geheel en al in beslag te laten nemen door het leven van anderen. Jij hebt jouw leven, je eigen organisme, je bent onafhankelijk, maar in de onzichtbare wereld moeten we wèl leren om een ‘eenheid’ te vormen.


De cellen van het organisme zijn niet met elkaar versmolten: een cel van het hart is geen cel van de maag, elke cel behoudt zijn eigenheid, maar hun band, hun affiniteit schept tussen hen een toestand van harmonie die ‘gezondheid’ wordt genoemd.

Geef toe lieve lezer, dit is toch niet moeilijk te begrijpen?

Niemand vraagt een zwarte om blank te worden of een blanke om geel te worden. Evenmin vraag je aan een moslim om boedhist te worden of aan een boedhist om christen te worden. Laat dus iedereen zijn bijzonderheden behouden, maar laat er onder hen dit begrip bestaan waardoor ze een eenheid kunnen beginnen te vormen.


Het ideaal is mensen te leren niet meer uitsluitend voor zichzelf te werken, maar voor de hele wereld. Het is moeilijk, ik weet het, maar juist wanneer het moeilijk is, moeten we misschien laten zien dat we trouw en waarachtig zijn aan dit hogere doel. Als het erom gaat te profiteren, plezier te maken, oorlog te voeren, is iedereen er meteen bij, maar als het erom gaat voorwaarden te scheppen zodat héél de mensheid in geluk kan leven, geeft niemand meer thuis. Verlangen we dan het geluk niet? Zouden we ons anders niet allemaal verenigen om het te verkrijgen?

Ja, als het gaat om materiële goederen, geld of huizen, staan we met

z’n allen klaar om onze energie te steken in het verwerven ervan.

Maar als het gaat om het geluk van iedereen, om de vrijheid, de ontplooïng van de hele wereld, dan hoeft het niet meer voor ons.

Hoe is dat te verklaren?


Wanneer de mensen ertoe komen hun eigen belang in te zien, in een ‘verbonden’ wereld, zullen alle problemen opgelost zijn.


In werkelijkheid is de duidelijkste en eenvoudigste vraag, die we met z’n allen netjes buiten beeld houden om er niet moeten bij stil te staan om onze hersenen vooral te vrijwaren van de pijn van actief nadenken:


‘ Als we alsmaar meer moeilijkheden op wereldvlak (sociaal, economisch, klimatologisch, politiek…) aan het aantrekken zijn, onze onveiligheid en onzekerheid iedere dag vergroot, onze vrijheid met de dag meer beperkt wordt, komt dat dan omdat we dat wensen?

Wensen we dat bewust of onbewust?

Want… als je het tegendeel zou wensen, zou het zelfs vandaag nog kunnen.

De sleutel: ‘Innerlijk aanvoelen en uiterlijk begrijpen waarin ons belang schuilt om ons te

-verbinden-, niet alleen met onszelf, niet alleen in de materie, maar in gedachten en gevoel… MET DE HELE WERELD.


 

Zaterdag 12 februari 2022

Met dank aan mijn inspirators José Stevens, Omraam Mikhaël Aïvanhov, Sensei Ohsawa, Jonathan Holslag, Sandra Ingerman, Bruno Buyse.


46 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven