DE PARABEL van het TOUW
- Riet Lenaerts

- 5 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen

WIJ ZIJN ALS IEMAND die zich aan een touw vastklampt. Hij weet dat zijn leven aan een zijden draadje hangt, dat hij zeker zal vallen als hij loslaat. Zijn ouders, zijn leraren en vele anderen hebben hem gezegd dat dit zo is. En om zich heen ziet hij iedereen zich stevig vasthouden. Niets zou hem kunnen overtuigen om los te laten.
Dan komt er een wijs persoon voorbij. Zij weet dat het niet helpt om je vast te houden,
dat de veiligheid die het biedt slechts een illusie is en dat het er alleen voor zorgt dat we blijven waar we zijn. Dus zoekt ze naar een manier om zijn illusies te doorbreken en hem te bevrijden. Ze spreekt van een diepere vreugde, van waar geluk en innerlijke vrede. Ze vertelt hem dat hij hiervan kan proeven als hij het touw met één vinger loslaat.
Eén vinger, denkt de man, dat risico durf ik wel te nemen om gelukzaligheid te proeven. Dus gaat hij akkoord met deze inwijding. En hij ervaart inderdaad meer vreugde, geluk en innerlijke vreugde. Maar niet genoeg om hem blijvend te vervullen.
‘Je kunt nog meer vreugde en geluk ervaren’, zegt ze, ‘als je nog een vinger loslaat.’
Dit, denkt hij, zal moeilijker zijn. Zal ik veilig zijn? Durf ik het aan? Hij aarzelt, dan strekt hij een vinger, voelt hoe het zou zijn om iets meer los te laten… en waagt het.
Hij is opgelucht dat hij niet valt. In plaats daarvan ontdekt hij een groter geluk en een grotere gemoedsrust.
Maar zou er nog meer mogelijk zijn?
‘Vertrouw me’, zegt ze. ‘Heb ik je tot nog toe in de steek gelaten? Ik ken je angsten. Ik weet wat je geest vertelt – dat dit gekkenwerk is, dat het tegen alles ingaat wat je ooit hebt geleerd maar vertrouw me alsjeblieft. Ik beloof je dat je veilig zal zijn en dat je nog meer rust en tevredenheid zal kennen.’
Wil ik werkelijk zo graag innerlijke vrede, vraagt hij zich af, dat ik bereid ben alles wat mij dierbaar is op het spel te zetten? In principe wel; maar kan ik er zeker van zijn dat ik niet zal vallen?
Na wat overreding begint hij zijn angsten onder ogen te zien, te onderzoeken waar ze vandaan komen en uit te vinden wat hij echt wil. Geleidelijk aan voelt hij dat zijn derde vinger zacht wordt en zich ontspant. Hij weet dat hij het kan. Hij weet dat hij het moet doen. Het is alleen een kwestie van tijd voordat hij ook deze vinger loslaat.
En als hij dat doet, stroomt er nog een groter gevoel van rust door hem heen.
Hij hangt nu nog maar aan één vinger. Zijn verstand vertelt hem dat hij zo’n twee vingers geleden al had moeten vallen, maar hij viel niet. Is er dan iets mis met vasthouden?,
vraagt hij zich af. Heb ik me dan altijd vergist?
‘Deze is aan jou’, zegt ze. ‘Ik kan je niet verder helpen. Onthoud dat je angsten ongegrond zijn.’ Vertrouwend op zijn eigen ‘innerlijke stem,’ laat hij geleidelijk de laatste vinger los.
En er gebeurt niets.
Hij blijft precies waar hij is.
Dan realiseert hij zich waarom.
Hij stond de hele tijd al op de grond.
Donderdag, 26 maart 2026
Lieve lezer, In navolging van de vorige blog over ‘innerlijke wijsheid’, wil ik vandaag met jou deze inspirerende tekst delen van Peter Russell, die je kan terugvinden in zijn boek:
“LAAT LOS WAT NIET BESTAAT”.
Soms kan een verhaal nog zoveel duidelijker zijn dan een uitnodiging… of het kan
‘de uitnodiging ‘versterken. Geniet ervan.



Opmerkingen