BEN IK ONGEDURIG OF RUSTELOOS?
- Riet Lenaerts

- 2 dagen geleden
- 6 minuten om te lezen

'...want als ik stil sta /stil zit, is er altijd in mij een flauw stemmetje dat me berispend toespreekt "doé iets". Ook al lees ik, ook al vertoef ik daar waar ik graag verblijf... dan nog voel ik me op m'n ongemak omdat ik niet beweeg. (want als ik in de tuin werk, heb ik dat stemmetje niet) En tegelijk vind ik stil staan zooooo belangrijk. Is het zo zwart-wit als ik het hier beschrijf? Ja, misschien wel. Want het is pas nà beweging dat ik vrede kan nemen met stil staan. En dat wringt eigenlijk, om dat stil staan óók een goed gevoel geeft. Iets waar ik naar verlang maar niet kan...
Dus op dit moment speelt dit bij me: stilstaan versus bewegen; met daarrond het verlangen naar een vredig gevoel bij elk van beide, los van wat, wanneer, in welke volgorde.’
Dat was, een tijdje geleden, de vraag van Gwenn, de sjamane die in het aardse leven staat als 'beschermer van Heel-zijn in krachten en talenten.’
Haar ‘stilstaan versus bewegen’ tikte bij mij aan. De eerste vraag die in me opkwam was:
‘Is ‘stilstaan’ organisch verbonden met ‘bewegen’ of kunnen oude aannames en conditioneringen meespelen?’. Wat ze beschreef, was en is niet een individuele case, het is een universeel gegeven, dat je vaak ziet bij mensen die pas “voelen”, of tot rust kunnen komen nadat ze lang bezig zijn geweest, fysiek of mentaal.
Zoals haast alles in het leven, heeft het antwoord daarop meerdere lagen tegelijk:
Het zenuwstelsel is -gewend geraakt- aan activiteit. Sommige mensen groeien bijvoorbeeld op in een omgeving waar stilstand onveilig, nutteloos of zelfs “verboden” aanvoelde.
Rust werd gezien als luiheid. Aandacht kreeg je via presteren, spanning of chaos was de normale toestand. In dat geval zegt het lichaam:
BEWEGING (lees ‘doen’) = VEILIGHEID. STILTE (lees ‘rust)’= ONGEMAK.
Pas nadat er genoeg energie is “verbruikt”, kan het zenuwstelsel zakken.
Bovendien kunnen oude overtuigingen blijven doorwerken. Dat zijn vaak impliciete aannames zoals:”Ik moet eerst iets verdienen voordat ik mag rusten” of ”Nuttig zijn maakt me waardevol”of ”Bezig blijven, voorkomt moeilijke gevoelens.”
Wist je trouwens dat die overtuigingen zelfs niet eens -bewust- aanwezig hoeven te zijn.
Het lichaam kan ze jarenlang uitvoeren zonder dat iemand er woorden voor heeft.
Los daarvan kan beweging ook -interne spanning- dempen.
Veel activiteit — sporten, werken, praten, plannen, scrollen — kan ook een manier zijn om: emoties niet te voelen, innerlijke onrust te reguleren, controle te behouden, of leegte en/of angst te vermijden.
Je hoort me hier niet zeggen, dat beweging 'slecht' is, integendeel. Alleen is het wel zo, dat het soms ook een ‘regulatie-mechanisme’ kan worden. En bovendien is niet alles psychologisch. Ook biologie kan een rol spelen. Sommige mensen hebben nu eenmaal neurologisch of hormonaal gewoon meer prikkelbehoefte. Bij hen helpt beweging letterlijk om focus en regulatie te krijgen. Dat ervaar je wel vaker bij ADHD-profielen, bij mensen met een hoge adrenalinegevoeligheid of bij stressgewenning. Maar ook bij dopaminezoekend gedrag dat je bij sporters kan terugvinden. Vanuit het lichaam is het ook logisch dat pas nà beweging rust mogelijk wordt. Spanning bouwt zich op… en beweging helpt ontladen, daarna kan het parasympathische zenuwstelsel dat zorgt voor 'rest and digest', actiever worden. Ook bij dieren geldt: ‘eerst ontladen, dan pas rusten.’
Conclusie: Oude aannames kunnen absoluut meespelen in de neiging die we hebben om stilstaan (rust), pas te aanvaarden na beweging, of beter nog: na “DOEN”, als vorm van beweging, maar dan vaak wel samen met lichamelijke conditionering. Het interessante is echter dat mensen vaak denken dat ze ‘NIET KUNNEN ontspannen’, terwijl het in feite gaat over begrijpen dat hun systeem eigenlijk zegt:
'IK HEB EERST VEILIGHEID OF ONTLADING NODIG VOORDAT ONTSPANNING MOGELIJK VOELT.'
Het is vaak minder een ‘karaktereigenschap’ dan een patroon dat ooit functioneel was.
Dat besef alleen al kan veel mildheid brengen. En opmerkelijk genoeg: wanneer iemand langzaam leert dat rust niet eerst verdiend hoeft te worden, verandert het lichaam vaak mee. Niet ineens, maar stap voor stap — stilte wordt dan minder bedreigend en meer draaglijk. Ook bij mezelf merk ik dat vrij snel in kleine dingen, niet meteen iets moeten opvullen, even kunnen zitten met een kopje thee zonder schuldgevoel, geen constante prikkel organiseren om niet stil te vallen of rust durven ervaren vóór uitputting optreedt. Voor sommige mensen is dit ‘evidentie’, voor velen onder ons is dat ‘oefenen’. Dat zijn vaak de eerste signalen dat oude aannames hun grip beginnen te verliezen.
Omdat ik ervan hou om inzichten om te zetten in mogelijke eerste aardse stappen naar een rustigere onderbouw om in het leven te staan, nodig ik je uit om met kleinere praktische, haalbare stappen aan de slag te gaan. Een goede eerste stap is vaak verrassend klein:
niet proberen om met een levensveranderende knip “rustig te worden”, maar bijvoorbeeld wel te leren opmerken wanneer je systeem automatisch ‘versnelt’. Veel mensen maken van rust meteen een nieuw project. Maar een rustigere onderbouw ontstaat meestal eerst door ‘veiligheid en vertraging toe te laten in minieme doses.’
Een paar concrete dagelijkse oefeningen rond overgangsmomenten, die niet gefocust zijn op wanneer je al in stress zit, maar kijk misschien naar momenten waarop je -direct- je gsm neemt zodra het stil wordt, wanneer je als je even stilvalt, meteen automatisch iets ‘nuttigs’ zoekt om te ‘doen’, hoe moeilijk je kan blijven zitten nadat iets klaar is, of onrust in je lichaam voelt, dat herken je wel dat opgejaagde gevoel alsof je altijd vooruit moet, zonder duidelijke reden.
Probeer deze overgangsmomenten niet meteen te stoppen of te veroordelen, probeer ze alleen te herkennen. Dat verandert al iets.
Stap 2 kan dan zijn dat je micro-rust inlast die niet ‘verdiend’ hoeft te worden. Zo kan je bijvoorbeeld 2 minuten zitten zonder doel, wandelen zonder podcast, één taak trager doen dan nodig, even uit het raam kijken zonder jezelf te corrigeren.
Met andere woorden, stappen die klein genoeg zijn, zodat je zenuwstelsel het niet als bedreiging ziet.
Stap 3 helpt je dan misschien wel stilaan om een onderscheid te maken tussen ‘moeheid en ontregeling’. Sommige mensen rusten pas wanneer ze uitgeput zijn of geven zichzelf pas rust als hun lichaam ziek wordt. Dan voelt ontspanning alleen bereikbaar via instorting.
Maar de oefening is eerder:’Kan ik 5% vertragen vóór ik leeg ben?’
Dat is vaak een kantelpunt.
En tenslotte: Geef je lichaam mee een rol in dit leerproces.
Een rustig fundament is immers niet alleen mentaal inzicht. Het lichaam wil en moet ervaren: ademhaling die zakt, tragere beweging, ritme, slaap, herhaling of voorspelbaarheid. Zelfs simpele routines kunnen een zenuwstelsel stabiliseren.Mijn uitnodiging aan mezelf en aan jou, lezer die dit herkent: ‘Word de onderzoeker van zachte overtuigingen.’
Ga niet meteen diep graven, en oordelen of veroordelen, maar vertrek vanuit kinderlijke nieuwsgierigheid: Ga de komende dagen met een drietal vragen op stap:
Wat gebeurt er in mij als ik niets doe?
Wanneer voel ik me 'goed genoeg'?
Mag rust bestaan zonder reden?
Dat soort nieuwsgierige vragen zonder oordeel, openen vaak meer dan harde, afkeurende of afstraffende zelfanalyse. En misschien is het wel het aller belangrijkste om te beseffen en te aanvaarden dat een rustige basis in het begin niet altijd prettig voelt. Voor een systeem dat gewend is aan beweging, kan rust eerst leeg, nutteloos of onwennig voelen. Dat betekent niet dat je iets verkeerd doet, maar vaak juist dat er iets nieuws aan het ontstaan is. Geniet er dus van. Het is een fantastisch signaal. Een rustige onderbouw ontstaat zelden door jezelf te -forceren- om kalm te zijn. Vaker groeit die doordat je systeem beetje bij beetje met veel zachtheid ontdekt:
‘Ik hoef niet voortdurend in beweging te blijven om oké te zijn.’
Dat is geen snelle omslag, maar wel een heel wezenlijke voor je wijze van in het leven te staan..
Donderdag 28 mei 2026
Met oprechte dank aan sjamane Gwenn, die dit thema in het Licht bracht.
Wat denk jij lieve lezer, moet jij voortdurend in beweging blijven om oké te zijn, of net niet?
En is het niet een FLITS VAN INZICHT als je beseft dat het niet gaat om NIET KUNNEN ONTSPANNEN, maar om ‘IK HEB EERST VEILIGHEID OF ONTLADING NODIG VOORDAT ONTSPANNING MOGELIJK VOELT.’ Even interessant is, dat ik ook iemand ken, die me glunderend vertelde dat hij ‘Bijzonder goed was in lui zijn’ en één van mijn krachtdieren, de buizerd, leerde me destijds hoe belangrijk ‘de wijsheid van luiheid’ was.



Opmerkingen