Wie houdt zich nog aan 'de eed van Hippocrates'?

Wij weten allemaal dat bij het toetreden tot de beroepsgemeenschap van artsen een belofte wordt afgelegd of een eed wordt gezworen over toewijding, gedrag ten opzichte van patiënten en ethische opvattingen van de medicus. De eed bepaalt de essentie van de plichten van de arts tegenover zijn patiënt en diens entourage.

Maar wat staat er dan precies in die eed?

Je zou misschien denken dat je daar moelijk achterkomt, maar dat is niet zo. Als je wat wil onderzoeken, dan gaat dat eigenlijk, via internet, verrassend snel. Het proberen waard.


In deze blog wil ik graag eens een spelletje spelen.

Ken je dat spelletje met twee plaatjes naast elkaar en de opdracht is: ‘Zoek de zeven fouten?’

Welnu, dit is een kleine variant. Ik zocht even op wat nu die eed is die dokters afleggen als zij aan hun ambt beginnen of soms al eerder, tijdens hun studies in een aangepaste vorm.

Waarom deed ik dat?



Wel omdat ik me best wel stoor aan het feit dat mijn gezondheidsdossier vandaag wordt gedeeld met apotheken, restaurants, campings, kerstmarkten, zaal-evenementen, sportzalen… en straks wellicht ook met kleren, lingerie

-en schoenwinkels… tenzij natuurlijk alles weer op slot gaat… maar in DAT geval, waarvoor dient DAN dat gezondheidspaspoort, straks ‘vaccinpaspoort’ nog?

Wat is het spelletje? Ik stel je drie keer een omschrijving van

‘ DE EED van HIPPOCRATES’ voor. Eén keer in België, één keer vanuit ‘The World Medical Association in 1948 en één keer een recentere uitgave van 1995. Aan jou lieve lezer om te ontdekken of er een verschil is tussen wat artsen groot en klein, onder ede hebben verklaard en wat we in de realiteit vandaag zien, horen, voelen…


EED VAN HIPPOCRATES

Ik zweer/beloof dat ik de geneeskunst zo goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken, gezondheid bevorderen en lijden verlichten. Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.

Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luister en zal hem goed inlichten. Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd. Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen.

Ik erken de grenzen van mijn mogelijkheden.

Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de samenleving.

Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.

Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk. Ik zal zo het beroep van arts in ere houden. Dat beloof ik. of Zo waarlijk helpe mij God almachtig.


EED VAN HIPPOCRATES.

Verklaring van Genève (World Medical Association 1948)

'Op het moment van toelating als lid van het medisch beroep:


Ik beloof plechtig mijn leven te wijden aan de dienst van de mensheid;

Ik zal mijn leraren het respect en de dankbaarheid betonen die hun toekomen;

Ik zal mijn beroep gewetensvol en waardig uitoefenen; De gezondheid van mijn patiënt zal mijn eerste overweging zijn; Ik zal de geheimen die mij worden toevertrouwd respecteren, zelfs nadat de patiënt is overleden;

Ik zal met alle middelen die in mijn macht zijn, de eer en de edele tradities van het medisch beroep handhaven;

Mijn collega's zullen mijn zusters en broeders zijn;

Ik zal niet toestaan dat overwegingen van leeftijd, ziekte of handicap, geloof, etnische afkomst, geslacht, nationaliteit, politieke gezindheid, ras, seksuele geaardheid, of sociale status tussenkomen tussen mijn plicht en mijn patiënt;

Ik zal het uiterste respect voor het menselijk leven vanaf het begin in acht nemen; zelfs onder bedreiging zal ik mijn medische kennis niet gebruiken in strijd met de wetten van de mensheid;

Ik doe deze beloften plechtig, vrijwillig en op mijn eer.


De plichten van een arts geregistreerd bij de General Medical Council (1995)-Verklaring van Genève – richtlijn.

Patiënten moeten hun leven en welzijn aan artsen kunnen toevertrouwen. Om dat vertrouwen te rechtvaardigen, hebben wij als beroepsgroep de plicht om een goede standaard van praktijkvoering en zorg te handhaven en respect te tonen voor het menselijk leven. In het bijzonder moet u als arts:

- De zorg voor uw patiënt tot uw eerste zorg maken

- Iedere patiënt beleefd en attent behandelen

- De waardigheid en privacy van de patiënt respecteren

- Luisteren naar patiënten en hun standpunten respecteren

- Patiënten informatie geven op een manier die zij kunnen begrijpen

- Respecteer het recht van patiënten om volledig betrokken te worden bij

beslissingen over hun zorg

- Uw professionele kennis en vaardigheden op peil te houden

- De grenzen van uw beroepsbekwaamheid erkennen

- Wees eerlijk en betrouwbaar

- Respecteer en bescherm vertrouwelijke informatie

- Zorg ervoor dat uw persoonlijke overtuigingen geen afbreuk doen aan de

zorg voor uw patiënten

- Handel snel om patiënten tegen risico's te beschermen als u goede

redenen hebt om aan te nemen dat u of een collega mogelijk niet

niet geschikt zijn om te praktiseren

- Vermijd misbruik van uw positie als arts

- Werk samen met collega's op een manier die het belang van de patiënt

het beste dient.

In al deze zaken mag u nooit oneerlijk discrimineren tegen uw patiënten of collega's.

En u moet altijd bereid zijn om uw acties tegenover hen te rechtvaardigen.


Toen ben ik me natuurlijk gaan afvragen wie er nog een eed aflegt, of in ieder geval rekening dient te houden, in de uitvoering van zijn/haar ambt met, noem het maar, gedragscodes, basisnormen integriteit of ethiek. En jawel…


Wie houdt zich nog aan de eed van de overheid?



EED VAN DE OVERHEID

Politieke ambtsdragers zijn de mensen van de overheid, die het land, de provincies, waterschappen en gemeenten besturen. Denk aan ministers, burgemeesters, wethouders en gedeputeerden van provincies.

Integriteit kan het vertrouwen in de overheid maken of breken. Het is dus belangrijk dat ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers integer zijn. Er zijn regels en gedragscodes ontwikkeld om die integriteit zoveel mogelijk te waarborgen. Maar minstens zo belangrijk is dat integriteit een soort grondhouding moet zijn, een mentaliteit.


DE EED OF BELOFTE

Ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers moeten zich aan gedragsregels houden. Een ambtenaar die de eed of belofte aflegt, zweert of belooft dat hij deze regels nakomt.Een ambtenaar, bestuurder of volksvertegenwoordiger zweert door de eed of gelofte af te leggen dat hij:

  • trouw is aan de Koning en de Grondwet en alle overige wetten van ons land zal eerbiedigen;

  • niet direct of indirect in welke vorm dan ook valse informatie heeft gegeven voor het verkrijgen van de aanstelling;

  • voor het verkrijgen van de aanstelling niemand iets heeft geschonken of beloofd en dat ook niet gaat doen;

  • voor het verkrijgen van de aanstelling van niemand giften heeft aanvaard. En dat hij aan niemand beloften heeft gedaan en dat ook niet gaat doen;

  • plichtsgetrouw en nauwgezet de taken vervult en zaken die hem uit hoofde van de functie vertrouwelijk ter kennis komen of waarvan hij het vertrouwelijke karakter moet inzien, geheim houdt voor anderen dan de personen die hij ambtshalve op de hoogte moet stellen;

  • zich gedraagt zoals een goed ambtenaar betaamt, zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar is en niets zal doen dat het aanzien van het ambt schaadt.

DE BASISNORMEN VOOR AMBTENAREN SCHRIJVEN VOOR:

· een eed of belofte moeten afleggen;

· hun nevenwerkzaamheden moeten melden;

· geschenken of diensten met een waarde van meer dan € 50 niet mogen accepteren.


GEDRAGSREGELS VOOR BESTUURDERS EN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS

Bestuurders en volksvertegenwoordigers moeten zich onder meer aan de volgende gedragsregels houden:

  • Ze moeten de eed of belofte afleggen.

  • Ze moeten betaalde en onbetaalde nevenfuncties melden.

  • Ze moeten zorgvuldig omgaan met vertrouwelijke informatie.

  • Ze mogen alleen onkosten declareren die ze hebben gemaakt voor hun werk.

  • Ze mogen geen nevenwerkzaamheden tegen betaling doen voor de gemeente of provincie.

  • Ze mogen niet stemmen over zaken die de bestuurder persoonlijk aangaan.

Ministers en staatssecretarissen mogen bovendien geen betaalde en onbetaalde nevenfuncties hebben.


En toen werd mijn aandacht plots gevestigd op, jawel lieve lezer, je hebt het al door ... de journaiisten, de media, de uitgevers… En ook hier speelde ik, allereerst zelf het spelletje, dat ik hoop dat jullie nu ook samen met mij, willen spelen. ‘Wat klopt nog wel, wat klopt niet meer?’





DE CODE VAN JOURNALISTIEKE BEGINSELEN (1982)

Aangenomen door de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België (AVBB), de Belgische Vereniging van Dagbladuitgevers (BVDU) en de Nationale Federatie van Informatieweekbladen (NFIW) - sinds 1999 FEBELMA - in 1982.

De vrijheid van meningsuiting is één van de fundamentele rechten van de mens. Zij is een essentiële voorwaarde voor een goed voorgelichte publieke opinie.

Teneinde bij te dragen tot het behoud van de integriteit en de vrijheid van de pers hebben de BVDU en de AVBB de hierna volgende code van journalistieke beginselen aangenomen.


1) Persvrijheid

De persvrijheid is de voornaamste waarborg voor de vrijheid van meningsuiting zonder dewelke de bescherming van de andere fundamentele burgerrechten niet kan gewaarborgd worden. De pers moet het recht hebben ongehinderd gegevens te verzamelen en informatie en commentaren te publiceren teneinde de vorming van de publieke opinie te verzekeren.

2) De feiten

De feiten moeten onpartijdig verzameld en weergegeven worden.

3) Onderscheid tussen informatie en commentaar

Het onderscheid tussen de weergave van de feiten en de commentaren moet duidelijk merkbaar zijn. Dit principe mag geen beperking vormen voor de krant om haar eigen visie en het standpunt van anderen weer te geven.

4) Respect voor verscheidenheid van opinie

De pers erkent en respecteert de verscheidenheid van opinie, zij verdedigt de vrijheid van publicatie van verschillende standpunten. Zij kant zich tegen elke vorm van discriminatie op grond van geslacht, ras, nationaliteit, taal, godsdienst, ideologie, volk, cultuur, klasse of overtuiging in de mate dat de alzo beleden overtuigingen niet in conflict komen met het respect voor de fundamentele rechten van de menselijke persoon.

5) Respect voor de menselijke waardigheid

De uitgevers, de hoofdredacteuren en journalisten moeten de individuele waardigheid en privacy respecteren; zij moeten iedere ongeoorloofde inmenging in persoonlijke pijn en smart vermijden, tenzij overwegingen i.v.m. de persvrijheid zoals onder artikel 1 bepaald, dit noodzakelijk maken.

6) Voorstellen van geweld

De misdaden, het terrorisme en andere daden van wreedheid en onmenselijkheid mogen niet geroemd worden.

7) Rechtzetting van foutieve informatie

Feiten en informatie die na publicatie ervan foutief blijken te zijn, moeten rechtgezet worden en dit zonder beperking, onverminderd de wettelijke beschikkingen inzake het recht op antwoord.

8) Bescherming van informatiebronnen

Vertrouwelijke informatiebronnen mogen niet onthuld worden zonder de uitdrukkelijke toelating van de aanbrengers.

9) Geheimhouding

De vrijwaring van het geheim karakter in privé- en staatsbelangen, zoals voorzien door de wet, mag de persvrijheid zoals onder artikel 1 bepaald niet aantasten.

10) Rechten van de mens

Indien er tegenstelling zou kunnen ontstaan tussen de beoefening van de vrije meningsuiting en andere fundamentele rechten van de mens, moeten uitgevers en hoofdredacteuren op eigen verantwoordelijkheid beslissen aan welk recht voorrang verleend wordt na raadpleging van de betrokken journalisten.

11) Onafhankelijkheid

De kranten en journalisten mogen aan geen enkele druk toegeven.

12) Advertenties

De advertenties moeten dermate opgemaakt worden dat de lezer ze niet kan verwarren met de berichtgeving.



Een tijdje geleden las ik deze woorden van Professor

Bert De Munck: ‘Lang geleden omschreef men het nieuws als

“het gesproken dagblad”…

Vandaag lijkt VRT-nieuws op “De gesproken Dag Allemaal”, een zootje moraliserend BV-entertainment en vooral niet beseffend dat een dampkap ook elk draagvlak wegfiltert…’


Maar hoe zit het nu met ‘de andere kant’ van de medaille van zij die de eed afleggen of een gedragscode dienen te volgen?

Daar zien we de patiënt, de burger, de kiezer, de lezer, de televisiekijker… die nu vooral alleen plichten lijkt te hebben. Wat zijn hun basisrechten die hen van een minimum veiligheid moeten voorzien?. Het spelletje is weer eenvoudig:

‘Wat wordt gerespecteerd, wat niet (meer)?



DE 30 MENSENRECHTEN

1. We zijn allemaal vrij en gelijkwaardig We zijn allemaal vrij geboren. We hebben allemaal onze eigen gedachten en ideeën. We zouden allemaal op dezelfde manier behandeld moeten worden.


2. 2. Discrimineer niet Deze rechten komen iedereen toe, ongeacht onze verschillen.


3. 3. We hebben allemaal het recht op leven, en het recht te leven in vrijheid en veiligheid.


4. 4. Slavernij Niemand heeft het recht ons tot slaaf te maken. Wij kunnen niemand tot slaaf maken.


5. 5. Foltering Niemand heeft het recht ons te kwellen of te folteren.


6. 6. We hebben allemaal het gelijke recht de wet te gebruiken Ik ben een persoon, net zoals jij!


7. 7. We zijn allemaal beschermd door de wet De wet is gelijk voor iedereen. De wet moet ons allemaal eerlijk behandelen.


8. 8. Eerlijke behandeling door eerlijke rechtbanken. We kunnen allemaal de wet raadplegen als we niet eerlijk behandeld zijn.


9. 9. Oneerlijke gevangenschap Niemand heeft het recht ons in de gevangenis te stoppen zonder een goede reden en ons daar te houden, of ons het land uit te sturen.


10. 10. Het recht op een proces Als we berecht worden, moet dat in het openbaar gebeuren. De mensen die ons berechten, zouden zich niet door iedereen moeten laten vertellen wat ze moeten doen.


11. 11. Onschuldig, tenzij schuldig bewezen Niemand zou beschuldigd moeten worden van iets, totdat zijn schuld is bewezen. Als mensen zeggen dat we iets verkeerds deden, hebben we het recht te laten zien dat het niet waar is.


12. 12. Het recht op privacy Niemand zou moeten proberen onze goede naam te schaden. Niemand heeft het recht om in ons huis te komen of onze brieven te openen.


13. 13. Vrijheid van bewegen We hebben allemaal het recht te gaan waar we willen in ons land en te reizen naar gelang we willen.


14. 14. Het recht op asiel Als we bang zijn dat we slecht worden behandeld in ons eigen land, hebben we allemaal het recht te vluchten naar een ander land om veilig te zijn.


15. 15. Het recht op een nationaliteit We hebben allemaal het recht om tot een land te behoren.


16. 16. Huwelijk en gezin Iedere volwassene heeft het recht te trouwen en een gezin te stichten als hij of zij dat wil. Mannen en vrouwen hebben dezelfde rechten.


17. 17. Dingen die van jou zijn Iedereen heeft het recht dingen in eigendom te hebben of ze te delen. Niemand zou dingen van ons moeten pakken zonder een goede reden.


18. 18. Vrijheid van gedachte We hebben allemaal het recht om te geloven in wat we willen geloven, een godsdienst te hebben, of van godsdienst te veranderen als we dat willen.


19. 19. Vrij te zeggen wat je wilt We hebben allemaal het recht onze eigen gedachten te vormen, te denken wat wij willen, te zeggen wat we denken, en onze gedachten met anderen te delen.


20. 20. Ontmoet mensen waar je wilt We hebben allemaal het recht onze vrienden te ontmoeten en samen te werken in vrede om onze rechten te verdedigen. Niemand kan ons dwingen tot een groep te behoren als we dat niet willen.


21. 21. Het recht op democratie We hebben allemaal het recht om deel te nemen aan de regering van ons land. Het zou iedere volwassene toegestaan moeten zijn om zijn of haar leiders te kiezen.


22. 22. Het recht op sociale zekerheid We hebben allemaal het recht op behuizing, medische zorg, onderwijs, zorg voor kinderen en, als we oud of ziek zijn, genoeg geld om van te leven en medische hulp, voor zover de bronnen dat toelaten.


23. 23. Het recht van de werknemer Iedere volwassene heeft het recht een beroep uit te oefenen, tegen een redelijk loon, en om lid te zijn van een vakvereniging.


24. 24. Het recht te spelen We hebben allemaal het recht te rusten van het werk en te ontspannen.


25. 25. Een bed en wat te eten We hebben allemaal het recht op een goed leven. Moeders en kinderen, oudere mensen, werklozen of gehandicapten, alle mensen hebben het recht dat er voor hen gezorgd wordt.


26. 26. Het recht op onderwijs Onderwijs is een recht. Basisonderwijs zou gratis moeten zijn. We zouden moeten leren over de Verenigde Naties en hoe we met andere mensen moeten omgaan.


27. 27. Cultuur en auteursrecht Het auteursrecht beschermt de artistieke creaties van iemand en wat zij of hij geschreven heeft. Volgens deze auteurswet mogen anderen dat niet overnemen zonder toestemming. We hebben allemaal het recht op onze eigen manier van leven. We hebben het recht te profiteren van de goede dingen van het leven die kunst en wetenschap brengen.


28. 28. Een vrije en eerlijke wereld Er moet een zekere orde zijn zodat we allemaal onze rechten en vrijheden kunnen hebben in ons land en over de hele wereld.


29. We hebben een plicht naar andere mensen en we zouden hun rechten en vrijheden moeten beschermen.


30. 30. Niemand kan deze rechten en vrijheden van ons afnemen Mensenrechten zijn rechtsgeldig in alle landen die tot de verenigde naties behoren en vormen daarmee een belangrijk middel om jezelf te beschermen tegen onrecht. Ook regeringsleiders van deze landen hebben zich aan deze mensenrechten te houden en kunnen deze mensenrechten niet wegnemen! Mensenrechten zijn er voor het individu en ze zijn er voor iedereen!


Verrassend, niet? De uitkomst van het laatste spelletje.

Maar de vraag die nu logischer wijze, wellicht bij jou en mij opkomt, is:

Zijn artsen, politici en mediamensen dan de eed die ze hebben afgelegd ‘vergeten’, passen zij de eed of gedragscodes ‘bewust’ niet meer toe? Die menig ben ik eigenlijk niet toe gedaan.


Maar welke andere vraag kunnen we onzelf dan nog stellen?

Want hoe meer wij als bevolking proberen duidelijk te maken dat dit op al deze terreinen niet de richting is, waavoor wij kiezen in de wereld waar onze kinderen en kleinkinderen morgen zullen leven,… hoe minder gehoor we nog krijgen.


Staan zij dan onder druk? Sommigen zeggen: ‘Ja, onder de druk om het goed te doen?’ Is dat zo? Onder druk van iets dat hun ‘eden en gedragsregels’ overstijgt en waar zij zelf ondertussen bang van zijn geworden? Maar waarom dan? Zijn zij op de één of andere manier terecht gekomen in een ratrace van geld en macht, schuld en angst voor ontmaskering? Het kan toch haast niet dat zij hierover met z’n allen dezelfde mening hebben?


Waarom horen we geen tegenstemmen, of merken we dat die monddood worden gemaakt? Waarom respecteren wetenschappers het principe van ‘onderzoeken’ niet meer? En waarom gaan wij als burgers, zo bereidwillig mee in dat alles? Hebben wij nog zoveel vertrouwen in een goede afloop bij deze aanpak, of zijn we bang dat we het kritieke punt voorbij zijn?


Nu we aan het eind gekomen zijn van 2021, heb ik een voorstel:

Wat als we de 2021-deur achter ons dichttrekken en de slogan van dit jaar: ‘meten is weten’, achter ons laten.

Ik ga hier niet zeggen dat die uitspraak an sich niet juist zou zijn, maar ik heb dit jaar vooral onthouden dat: ‘Verkeerd meten’ ook wil zeggen, ‘verkeerd weten’ en meer nog, dat onbewust of bewust verkeerd meten, de deur openzet voor manipulatie en polaristatie.


Wat als we in 2022 de deuren en de vensters open gooien voor een nieuw soort meten? Niet het cijfermatig meten van de mind, maar het meten met het gevoel. De maatstaf:

‘Well-being’, wel-bevinden.

Hoe scoort mijn gevoel van tevredenheid, van veiligheid, van geborgenheid, van zingeving, van werk, van dienstbaarheid, van immuniteit, van vrijheid. Misschien wel naar model van landen die ons op dat pad al voorgaan: Nieuw-Zeeland, Schotland, Ijsland en ondertussen ook al Finland en Wales… en binnenkort ook Canada.

Zouden we aan de hand van deze maatstaven, sneller begrijpen dat het tijd is voor verandering als we onze kinderen, kleinkinderen en zeven generaties, een environment willen nalaten, waar zij op een menswaardige wijze zullen kunnen groeien?


En tenslotte wil ik graag afsluiten, met de woorden van de net overleden, liefdevolle vrijheidsstijder, Desmond Tutu:



IF YOU ARE NEUTRAL IN SITUATIONS OF INJUSTICE,

YOU HAVE CHOSEN THE SIDE OF THE OPPRESSOR.’

Desmond Tutu


 

Zaterdag 1 januari 2022

Met dank aan mijn inspirators via het internet en dank aan jou, lieve lezer voor jouw aanwezigheid in het moeilijke jaar 2021. Hopelijk vinden we mekaar terug in het jaar 2022, een pittig jaar waar we ons samen zullen kunnen doorslaan, door zo dicht mogelijk te blijven bij wie we werkelijk zijn, in alle diversiteit, ieder vanuit zijn eigen LICHT, in verbinding met elkaar.


sjamaancoach.be

Infospirator



91 weergaven1 opmerking

Recente blogposts

Alles weergeven