LEREN NEEN ZEGGEN
- Riet Lenaerts

- 5 minuten geleden
- 4 minuten om te lezen

Er zijn tegenwoordig best wat stille momenten in mijn leven waarop ik denk:
'Zoals ik ben, besef ik maar een fragment van het geheel dat ik ben’.
Dat komt, naar mijn gevoel, door de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn naar een steeds grotere verzelfstandiging, waarmee een toenemende afgescheidenheid, gepaard gaat – het gevoel een volkomen afgescheiden ‘ik’ te zijn tegenover al het andere.
Vroeger, in de middeleeuwen was dat toch anders; denk maar even aan de vanzelfsprekende anonimiteit van de kunstenaars die de kerken van hun innige beeldhouwwerken hebben voorzien. Vandaag zou het ondenkbaar zijn met zo’n overgave aan een groter geheel mee te werken zonder de eigen naam te willen vermelden. Hoe en waarom die verandering in zelfgevoel is tot stand gekomen weet ik eigenlijk niet, maar dat toegenomen gevoel van zelfstandigheid dat ons enerzijds een groter vermogen van onderscheiding en naamgeving heeft geschonken, heeft aan de andere kant veroorzaakt dat we ons moeilijk een onderdeel van een groter geheel kunnen voelen.
Deze grotere verzelfstandiging en de daarmee gepaard gaande afgescheidenheid maakt dat we menen dat wat in antwoord op prikkels van buiten in ons bewust wordt OOK buiten ons is. We gaat ervan uit dat wat we zien, horen en ervaren, werkelijk is, zonder te beseffen dat alleen de zintuigelijke prikkels zelf objectief verifieerbaar zijn, maar dat het gevolg – het opdelen van het bewustzijns-beeld – tot op heden nog altijd een raadsel is. Ook hoe deze bewustzijns-beelden opgeslagen worden is ons in het hersenonderzoek nog steeds niet helemaal duidelijk geworden. Worden we ons hiervan bewust, dan hebben we minder moeite met bijvoorbeeld de oosterse opvatting en deze van vele inheemse stammen, die zegt: wat je meent buiten je waar te nemen, ontstaat in je bewustzijn zelf, zoals ook de gedachten en ingevingen; die beelden in je zijn jouw werkelijkheid, jouw ervaring; doen alsof ze overeenstemmen met hetgeen buiten je is, is ‘maya’, illusie. Met andere woorden, we leven dus in een ‘zelfwereld’ die we van moment tot moment zelf scheppen en die alleen in de diepe slaap stil is – voor jou en voor mij is er dan ogenschijnlijk niets.
Gelukkig is er genoeg gemeenschappelijks in die ‘zelfwereld’, zodat we andere mensen kunnen verstaan en met ze kunnen praten. Maar het blijft zo dat we voortdurend uitgaan van een geheel eigen wereld, die alleen in ons bestaat. We zijn dus vanuit een beperkt en afgescheiden bewustzijn in de wereld en we doen alsof die wereld dé wereld is; terwijl we niet echt weten hoe dé wereld eruitziet. Als we nu kennis proberen op te nemen van de huidige opvatting in de top-wetenschap, kernfysica, die ons leert dat we de levensverschijnselen alleen maar kunnen verstaan vanuit het geheel en daarbij bedenken dat het geheel, tot op heden, nog niet gekend is…, is dat beperkte en afgescheiden bewustzijn een ‘onthutsende’ ontdekking.
Ik herinner me nog dat toen ik, uit pure interesse, nogal wat gelezen heb over en van de mystici, ik erachter kwam dat zij getuigen van een waarnemen waarin alles met alles samenhangt en elkaar voortdurend beïnvloedend -doet veranderen- zonder dat het 'eigenlijke' dat die voortdurende beweging veroorzaak verandert. Daaruit komt het gevoel voort, dat we midden in een niet in de tijd vergaande wereld zijn, die zich echter aan onze zintuigen als delen van een steeds veranderende, vergankelijke wereld openbaart.
Als je dan uit onderzoek van hersenspecialisten en biologen te weten komt dat ieder levensverschijnsel de kenmerken van het geheel in zich draagt, (bepaalde principes worden steeds weer teruggevonden steeds uitgebreider in de hoger georganiseerde levensvormen), begin je te vermoeden dat je leeft in én vanuit een geheel waarvan je alleen dát ervaart, wat binnen je beperkte bewustzijnsvermogen valt, gemarkeerd door tijd en ruimte. De misvatting zit dus niet in het ervaren zelf, maar in het vanzelfsprekende gevoel dat die ervaring het geheel is, in plaats van een uiterst beperkte vertaling in ons bewustzijn van het voor ons ongekende geheel. Je gaat in je eigenwaan zelfs zover dat je die vergankelijke vertaling, je zelf-wereld, na je dood in een hiernamaals wil doorzetten. Wat een verspilling van energie!
De eigenlijke uitdaging lijkt me te zijn, dat we beseffen dat die ‘zelfwereld’ onze vergankelijke vertaling is van het onherkenbare, de oorsprong. Door dat te beseffen, kan je geopend worden voor het tijdloze, dat vergankelijk en onvergankelijk inéén is. En daarvoor… kijk eens aan… moet je stil en leeg kunnen zijn dat dat andere, dat niet vertaald kan worden in je bekende ervaringswereld, zich aan jou kan tonen. En laat het nu toch net dat zijn wat velen van ons vandaag opzoeken: beginnende met vaker leren nee te zeggen, creativiteit stimuleren, rustmomenten in de dag inbouwen, meditatie, contemplatie, mindfulness, de natuur in, uit je hoofd en in je lijf komen…
Maar, vergeet niet, het is ook zo dat als ik om me heen kijk, naar de techniek, de maatschappij, of het onderwijs, zie dat we doorgaan met ons verder te specialiseren, zodat we nog gemakkelijker vergeten dat onze deel-vertaling het ons geleidelijk aan onmogelijk maakt het geheel ‘WAT ALTOOS IS’ te beseffen.
Donderdag 16 april 2026
Met dank aan jou lezer, waarvan ik ondertussen weet, dat ook jij zo van die momenten hebt dat je denkt: ‘Er moet toch meer zijn, dan alleen dit.’ En alles begint dus met…
leren 'neen' te zeggen, of als je dat liever hoort: 'Ja' zeggen tegen -neen- zeggen.
Het licht in mij groet het licht in jou.



Opmerkingen