KUNNEN WIJ NOG HERSTELLEN VAN BLINDHEID?

Kan jij ook zo ontroerd worden door het zien van een pas geboren baby, die na negen maanden in de duisternis geleefd te hebben, voor het eerst zijn oogjes opent en om zich heen kijkt… of door een peutertje dat, letterlijk met vallen en opstaan, de wereld ont-dekt.

De eerstigheid van de beginner is ongemeen boeiend en leerzaam bovendien.


Kinderen zijn nieuwsgierig en verbazen zich over het zonlicht dat op een steentje weerkaatst, lieveheersbeestjes op een grasspriet, water dat uit een kraan drupt, het doen en laten van dieren en volwassenen en willen er dan ook alles over weten.

Ze kijken, ze voelen, ze luisteren, ze horen en ze leren. Ze ontwikkelen zich.


Ik las onlangs dat boeken als ‘De Kleine Prins’, ‘Alice in Wonderland’, ‘Winnie de Poeh’,

‘De jongen, de mol, de vos en het paard’ e.a.… het in deze tijd bijzonder goed doen in de verkoop… voor volwassenen. Willen we dan iets anders beginnen doen met onze ogen, onze manier van kijken naar de dingen? Voelen we stilaan de nood om -anders- naar de dingen te gaan kijken?


Toekomstige priesters van de Kogi-Indianen moeten in hun voorbereiding op het priesterschap, negentien jaar in de duisternis doorbrengen. Wanneer zij na al die tijd uit hun donkere grotten te voorschijn komen om de wereld echt te zien, is hun ziel, zo blijkt uit wat zij in een documentaire op BBC verklaren, vervuld van ontzag voor de schoonheid van de wereld.


Zowel de kinderen als de Kogi-priesters, als de schrijvers en hoofdpersonages van de bovenstaande boeken, zijn natuurlijk wel geboren met een technisch, goed functionerend kijk-apparaat, waardoor ze in staat zijn te ZIEN en hun zintuigen ten volle kunnen gebruiken. Maar er is meer. Zij ‘kijken en zien’ vanuit een bepaald standpunt, waardoor hun -kijken- veel ruimer wordt dan alleen maar een technisch kijkapparaat gebruiken om dat wat voor ons geconstrueerd wordt, te zien.


Uiteraard vraag ik me dan af hoe dat dan is met mensen die blind geboren zijn, nooit gezien hebben en pas na een ingreep via het technisch kijk-apparaat de wereld ontdekken. Wordt hun ziel ook vervuld van ontzag voor de schoonheid van de wereld die dan voor hen bereikbaar wordt?


De wetenschap is ondertussen, heb ik begrepen, wel degelijk in staat om mensen te helpen die zelfs al meer dan negentien jaar blind zijn. Met name het Portugese Dobelle-instituut ontwikkelde een kunstoog dat een blinde man/vrouw in staat stelt om hun duisternis te verlaten. Je kan info over deze succesrijke resultaten en het ‘hoe’ van deze ingrepen terugvinden op internet, maar omdat mijn vraag niet op dat domein ligt, ga ik er hier niet verder op ingaan.


Wat is mijn vraag dan wel?

Hoe voelen mensen die nooit hebben gezien zich wanneer zij de wereld van vandaag kunnen zien? Of wat is de impact van jarenlange blindheid op het kunnen ‘zien’?


Ik leerde dat er, tot op heden, nog geen specifiek onderzoek beschikbaar is naar de existentiële en metafysische ervaringen van deze mensen. Maar we kunnen wel al teren, in de mate dat dit representatief kan genoemd worden, op meer dan veertig jaar terug in de tijd gaan om te kijken naar het werk van Richard Gregory en Jean Wallace. Hun ervaringen met een patiënt die ze SB noemen leveren merkwaardige resultaten op.


SB was vanaf zijn geboorte totaal blind en pas op de leeftijd van tweeënvijftig jaar, nadat hij twee hoornvliestransplantaties had ondergaan, kon hij eindelijk zien.

Wat beide wetenschappers en velen voor en na hen, die met dit soort patiënten werkten zich afvroegen, was:

‘stel een volwassene is vanaf de geboorte blind en heeft door aanraking een verschil leren maken tussen een kubus en een bol. En stel dan dat die kubus en die bol op een tafel worden gelegd en de blinde man ze kan zien. Zou hij kunnen zeggen wat de bol is en wat de kubus?’ En wat bleek? Dat iemand die jaren in de duisternis had doorgebracht , alleen had ‘gezien’ met de handen, weer helemaal opnieuw moest leren zien, dit keer met de ogen.


Maar waar de onderzoekers vooral van schrokken , was van SB’s emotionele reactie op zijn nieuwe wereld van zien. Gregory en Wallace verwachtten waarschijnlijk, hetzelfde als wij allemaal: een gevoel van blijdschap en bevrijding bij een man die na tweeënvijftig jaar van duisternis kon zien. Maar onmiddellijk na zijn operatie begon SB opmerkingen te maken over ‘de kleurloosheid’ van de wereld. Hij leek onmoedigd en werd nooit meer de vrolijke, tamelijk extraverte (blinde) man die hij in het ziekehuis was toen zij hem voor het eerst hadden ontmoet.


Voor SB was het moderne leven teleurstemmend en intimiderend. Hij vond het verkeer beangstigend en probeerde niet eens een tamelijk smalle straat zelf over te steken…

Hij leek geen vertrouwen noch belangstelling te hebben voor zijn omgeving. Een half jaar later was de situatie niet verbeterd. De onderzoekers kregen sterk de indruk dat zijn verkregen gezichtsvermogen vrijwel een grote teleurstelling voor hem was en dat hij met zijn herstel meer had verloren dan gewonnen. SB stierf in 1960, zeven jaar nadat hij de operatie had ondergaan en hij was zich nooit echt beter gaan voelen.


Gregory en Wallace kwamen tot de conclusie dat zijn verhaal in sommige opzichten tragisch was. Hij leed aan één van de grootste handicaps en toch leefde hij met energie en enthousiasme. Toen zijn handicap ogenschijnlijk, als door een wonder was weggenomen, raakte hij zijn rust en zelfrespect kwijt.


De vrouw van SB schreef, in de laatste levensjaren van haar man, in melancholische bewoordingen:

‘Toen mijn man niet kon zien, werd hij beschouwd als heel onafhankelijk en uitermate vaardig. Maar toen hij zijn gezichtsvermogen terug kreeg en een baan vond, werd hij beschouwd als een beetje achterlijk en niet capabel, omdat hij zich bepaalde vaardigheden (lezen en schrijven) nooit eigen had kunnen maken. Hij werd uitgelachen en geplaagd door zijn collega’s en leed uiteindelijk aan een ziekte die verband hield met stress. Toen dat ertoe leidde dat hij van zijn werk thuis bleef, kreeg hij aleen nog psychiatrische zorg aangeboden.

Het lijkt me dat onze wereld niet zo groots is als wij dachten en mijn man wist niet hoe mensen handelen – totdat hij kon zien.’



Als ik dit verhaal opentrek, vijf stappen achteruit ga en tien stappen naar boven en vanuit een soort van helikopter-perspectief, kijk naar de vele mensen met een perfect kijkapparaat, wiens ogen NU aan het open gaan zijn voor wat er werkelijk aan het gebeuren is in deze wereld, dan word ik toch een beetje stil.


Als ik naar onszelf kijk, dan waren we misschien toch wel ziende-blind voor wat er echt aan het gebeuren was. Maar we creëerden de wereld die we wilden zien en hebben: een wereld waarin alles kon, waar de aarde en haar bronnen ‘onuitputtelijke’ bron waren,

‘a never ending story’, waar we grenzeloos gebruik konden maken van water, elektriciteit, warmte en verkoelingsmogelijkheden, waar we konden reizen met een auto, een trein, een vliegtuig en waar we ongeveer de hele wereld op ons bord konden toveren. We creëerden zelfs plaatsen waar het licht nooit meer uitging en waar fonteinen dag en nacht stroomden… terwijl er niet eens water aanwezig was.


De technologie zorgde ervoor dat we alles van de hele wereld in een oogopslag wisten, zonder dat we er deel dienden van uit te maken. We leenden onze gezondheid uit aan de artsen die ondertussen een piëdestal-positie hadden gekregen, ze hadden tenslotte het wondermiddel: penicilline uitgevonden, de economen zorgden ervoor, (zo zagen wij dat), dat we rijker konden worden en bleven groeien en de politiekers die wij hadden verkozen, hadden het beste voor met ons volk en ons land. Zij kenden hun job en wij konden hen vertrouwen. We schaften de religie en het geweten stilaan maar zeker af en vervingen het door alle mogelijke toestelletjes die ons rust konden brengen, onze stress konder reduceren, voor onze slaap zorgden, onze eventuele angsten opvingen enz…

We creëerden onze eigen blinde wereld waarin we ons goed konden bewegen en behelpen en zelfs de ruimte vonden om vrolijk te zijn, te genieten van de wonderen van de natuur en de verbinding onder mensen… eerst nog echt, daarna via de technologie… maar ach, dat was maar een kleine nuance.


Kan ik, dit ziende, dan misschien toch iets meer begrip opbrengen voor het feit dat nog zoveel mensen ervoor kiezen om de ogen niet te openen en gelukkig te blijven in de wereld die ze zelf hebben gecreëerd?


Het is natuurlijk altijd mogelijk dat wij onze ogen openen. Het maken van een persoonlijke keuze ligt uiteiendelijk bij ons. Maar, kunnen we het aan om onder ogen te zien dat ons arrogant denken en onze onwetendheid ervan overtuigd geworden zijn dat het, de door de mens veroverde wereld is die mensen die kunnen zien en in haar pracht kunnen delen, moet inspireren en verbazen?


En… kunnen we er anderzijds op vertrouwen dat er voldoende respect, verbinding, mededogen, zorg en ware gemeenschap zal komen in de verdeelde en verhakkelde samenleving die we dan zullen zien en ervaren? Zijn wij in staat onze eigen ‘re-set’ te organiseren, wanneer we -zien- dat we niet langer vrij zullen zijn, maar in de werkelijkheid naar complete -onvrijheid- evolueren.


Misschien willen we wèl onze ogen openen, willen we nog wel terug ‘zien’ als we, bewust kiezen voor de essentie van wat er in het leven ECHT toe doet. Als we de motoren van onze rat-race-boten stilleggen en onze ankers uitgooien. EN dan… het maakt niet uit, vanuit de haven of midden op de oceaan, ons afvragen: ‘Hoe kan ik een bijdrage leveren om een wereld te creëren waar je zowel blind, als ziende… gelukkig kan worden?’


Sam Keen ( auteur, professor en filosoof), schreef:

‘De taak van elke mens die vrij wil zijn, is om het gezag of de mythe die onbewust zijn of haar leven heeft geïnspireerd te ontmythologiseren en demystificeren.

We verwerven alleen persoonlijk gezag en vinden alleen het unieke besef van onszelf wanneer we we leren onderscheid te maken tussen ons eigen verhaal

-onze autobiografische waarheid- en de officiële mythen die voordien onze geest, gevoelens en handelingen bepaalden. Dit begint wanneer we ons afvragen:

Welk verhaal heb ik geleefd? Welke mythe heeft mij in de ban?

1. Het eindigt pas wanneer we ons eigen verhaal vertellen en ons eigen leven autoriseren in plaats van de officiële versie te accepteren.’


 

Zaterdag 25 juni 2022


Met dank aan mijn inspirators Ross Heaven, Simon Buxton en Sam Keen en aan jou lezer die je eigen visie hierop misschien wel wil her-overwegen of verzachten.


sjamaancoach.be

Infospirator, Practical Shaman




53 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven